HET GELOOF IN DE PROFETEN

De eerste van de zes verplichtingen van het īmān (geloof) is om in Allah te geloven.
PROFEETSCHAP EN DE NOODZAAK VOOR PROFETEN

De vierde van de zes verplichtingen van īmān is om te geloven in de profeten. Het profeetschap is een boodschappersfunctie tussen Allah en de mensen. Allah kiest zijn beste dienaren uit die waardig worden bevonden voor deze taak. De profeten zijn gezonden voor het geven van richting aan de mensen; mensen hebben immer behoefte aan een dergelijke leiding.

Zelfs als mensen met het hun eigen verstand het bestaan van Allah kunnen doorgronden, zullen ze niet in staat zijn om zelfstandig Zijn grootse eigenschappen te begrijpen. Ze zouden niet kunnen weten hoe Allah aanbeden moet worden. Ze zouden niet in staat zijn om het leven van het Hiernamaals te begrijpen. Ze zouden ook niet weten aan wie deze beloning zal worden toegekend of wie de bestraffing zal ondergaan. Tot slot, mensen zouden ook niet weten hoe ze gelukzaligheid op aarde en het Hiernamaals zouden kunnen vinden.

De Almachtige Allah heeft daarom profeten de taak gegeven om mensen de waarheid te onderwijzen en ze wegwijs te maken om zowel op aarde als in het Hiernamaals gelukkig te worden.

DE TAKEN VAN DE PROFETEN

De profeten hebben Allah op een zo nauwkeurig mogelijke manier aan de mensen beschreven en hebben de beginselen van het geloof en de wijze van aanbidding onderwezen. De profeten hebben de religieuze voorschriften en de principes voor een goede akhlāq uitgelegd en zijn een voorbeeld voor de mensen geworden.

Zelfs onder de moeilijkste omstandigheden hebben de profeten aan hun verplichtingen voldaan en hebben ze buitengewone gebeurtenissen tot stand gebracht. Zo hebben ze richting ongelovigen bewezen dat ze profeten zijn, ofwel: ze hebben wonderen laten zien aan mensen.

De profeten hebben de mensen geïnformeerd over het betreden van het paradijs door degenen die de geboden van Allah uitvoeren, en zij hebben verkondigd dat degenen die de geboden niet uitvoeren, met de hel zullen worden bestraft. De profeten van Allah vormen – met hun perfecte gedragingen – een voorbeeld voor mensen die door Allah zijn uitgekozen.

De eigenschappen (ṣifāt) die profeten uniek maken:

  1. Ṣidq: betekent oprechtheid. De profeten zijn uiterst correcte mensen. Ze liegen nooit. Zaken waarvan de profeten hebben getuigd, zijn werkelijk gebeurd, en wat nog zou moeten plaatsvinden is ook uitgekomen toen de tijd daartoe rijp was.
  1. Amāna: betekent betrouwbaar zijn. De profeten zijn degenen die in elk opzicht betrouwbaar en discreet zijn. Ze gaan nooit over tot verraad voor datgene wat hen is toevertrouwd.
  1. Faṭāna: betekent slim en alert zijn. De profeten zijn slim, alert en bezitten een hoge mate van intelligentie.
  1. ʿIṣma: betekent vrij zijn van zondes. De profeten verrichten op geen enkel wijze een zonde, noch in het geheim, noch openlijk.
  1. Tablīgh: betekent verkondigen. De profeten hebben de religieuze voorschriften die zij van Allah hebben ontvangen, één op één, zonder enige verandering aan de mensen verkondigd.
DE NAMEN VAN DE PROFETEN DIE IN DE HEILIGE KORAN ZIJN VERMELD

De eerst mens genaamd Ādam (vrede zij met hem) is de eerste profeet en de geliefde Mohammed (vrede en zegeningen zij met hem) is de laatste profeet. Tussen deze twee profeten hebben vele andere profeten geleefd. In de Koran worden hiervan 25 profeten genoemd. Wij geloven in de profeten die in de heilige Koran staan vermeld, maar ook in alle andere profeten, waarvan het werkelijke aantal alleen bij Allah bekend is.

Dit zijn de namen van de profeten die in de Koran zijn vermeld:
Ādam, Idrīs, Nūḥ, Hūd, Ṣāliḥ, Shuʿayb, Ibrāhīm, Lūṭ, Isḥāq, Ismāʿīl, Yaʿqūb, Yūsuf, Mūsā, Hārūn, Dāwūd, Sulaymān, Ayyūb, Dhul-Kifl, Ilyās, Al-Yasaʿ, Zakariyyā, Yūnus, Yaḥyā, ʿῙsā, Muḥammad.

Hiernaast komen in de Qurʾān ook de namen Dhul-Qarnayn, Luqmān en ʿUzayr voor. Er is verschil van mening (ikhtilāf) over hun profeetschap: volgens sommigen waren dit profeten, volgens anderen waren dit geen profeten, maar heiligen (awliyāʾ). Indien aangenomen wordt dat dit profeten waren, komt het aantal profeten dat in de Qurʾān genoemd wordt uit op 28.

BEGINSELEN VAN DE RELIGIES DIE DE PROFETEN HEBBEN VERKONDIGD

De religies die Allah aan profeten heeft verkondigd, zijn ware religies. In deze ware religies bestaan er een aantal onveranderlijke principes.

Deze zijn als volgt:

  • Grondbeginselen van het geloof (īmān).
  • De aanbiddingen.
  • De regels van akhlāq (manieren, gedragsregels).

Met de veranderingen door de tijd, zijn de voorschriften en de vormen van aanbidding veranderd, als gevolg van gewijzigde omstandigheden en de behoeften van de mensen. Deze zijn door de komst van profeet Mohammed (vrede zij met hem) voltooid en geperfectioneerd.

WAT BETEKENEN MUʿJIZA EN KARĀMA?

Profeten worden uitsluitend benoemd door Allah; op geen enkele andere wijze kunnen mensen het profeetschap worden verleend. Om aan de kunnen tonen dat de door Allah aangestelde profeten ook echt profeten zijn, heeft Allah hen uitgerust met muʿjiza.

We kunnen muʿjiza als volgt definiëren: buitengewone wonderen die – onder de almacht van Allah – verricht worden om het profeetschap te bewijzen door degenen die beweren door Allah als profeet aangesteld te zijn. Kortgezegd betekent muʿjiza “het profetische getuigenis van een profeet”. Geen enkele profeet kan een wonder verrichten zonder instemming van Allah.

Niet alles dat tegen de natuurwetten ingaat kunnen we als muʿjiza bestempelen. Zoals uit bovenstaande definitie blijkt, kunnen we alleen spreken over muʿjiza als de persoon die beweert profeet te zijn het wonder verricht dat door een ander gevraagd wordt en dit ook exact uitkomt. Indien de persoon die de buitengewone gebeurtenis veroorzaakt niet zegt dat hij een profeet is, dan spreken we van karāma. Met andere woorden, een buitengewone gebeurtenis die (met instemming van Allah) veroorzaakt wordt door heilige (walī) noemen we karāma, en we spreken van muʿjiza indien een dergelijke gebeurtenis (met instemming van Allah) door een profeet wordt veroorzaakt. Het is echter ook mogelijk dat een dergelijke gebeurtenis door een ongelovige wordt veroorzaakt; in dat geval spreken we van istidrāj.

DE WONDEREN VAN ONZE PROFEET

Het allergrootste wonder (muʿjiza) van de Profeet is, zonder enige twijfel, de Heilige Qurʾān.

Elke profeet vertoonde een muʿjiza die perfecter was dan de in de betreffende tijdperken geldende geavanceerde mogelijkheden. In de eeuw waarin onze Profeet (vrede zij met hem) leefde, golden letterkunde en poëzie als vakgebieden waar mensen faam mee bereikten op het Arabische schiereiland. Retorica en poëzie waren erg populaire bezigheden onder de Arabieren. Voor het uitreiken van beloningen werden redactionele kunstwerken opgehangen aan de muren van de Kaʿba, het kubusvormige heiligdom in Makka.

Dit waren dus de omstandigheden waarin Qurʾān-verzen uit de gezegende mond van onze Profeet (vrede zij met hem) stroomden, zonder maar ooit gestudeerd te hebben en zonder dat hij kon lezen of schrijven. Zijn gestructureerde wijze van zinsopbouw en perfecte uitdrukkingsvaardigheid verbaasde de dichters en letterkundigen. Sommigen beweerden dat de Qurʾān een uiting was van magie (siḥr) of poëzie (shiʿir), waarop de Qurʾān hen uitdaagde met: ‘Waardig een gelijke uit van de kortste sūra’. Dit is hen niet gelukt. Dat kan ook niet, want de Qurʾān is niet het Woord van de mens, maar het Woord van God.

De Heilige Qurʾān is niet de enige muʿjiza die profeet Muḥammad op zijn naam heeft staan. We geven enkele andere voorbeelden van zijn wonderen.

De Profeet spleet de maan in tweeën. Deze muʿjiza verliep als volgt: de mensen van Makka verzochten de Profeet een muʿjiza te tonen, en dan specifiek het splijten van de maan. Als antwoord toonde de Profeet deze muʿjiza en de maan werd in twee delen gespleten. Iedereen was hier getuige van. (Al-Bukhārī)

DE KENMERKEN VAN ONZE PROFEET

Qua profeetschap zijn alle profeten aan elkaar gelijk. Een moslim gelooft in het profeetschap van alle profeten zonder hier onderscheid in te maken. Ook bekrachtigt een moslim vanuit zijn hart (taṣdīq) dat ze allemaal benoemd zijn door Allah. Wel is het zo dat er vanwege het verschil in de aan hen toegewezen eigenschappen onderlinge verschillen bestaan qua superioriteit. Zo heeft onze Profeet Muḥammad een superieure positie ten opzichte van alle andere profeten; dit vanwege enkele unieke eigenschappen die hij heeft. Deze unieke eigenschappen van profeet Muḥammad zijn als volgt:

  1. Onze Profeet werd gestuurd als een genade voor de werelden.

Alle andere profeten werden gezonden naar specifieke volkeren en stammen. Profeet Muḥammad (vrede zij met hem) werd echter gezonden als Profeet voor de gehele mensheid, als genade voor de werelden. Muḥammad is dus niet de Profeet van uitsluitend Arabieren, maar van álle mensen.

  1. De religie die de Profeet heeft gebracht is de laatste der religies.

De door de Profeet verkondigde religie, de Islām, is de laatste en meest volmaakte religie. Hierna ontstaat er ook geen andere religie meer en blijft de Islām zonder enige verandering voortbestaan.

  1. Muḥammad is de laatste Profeet.

Muḥammad (vrede zij met hem) is de zegel der profeten (khātam al-nabiyyīn), dus de laatste der profeten. Na hem verschijnt er geen andere profeet. In de Heilige Qurʾān ligt dat als volgt vast:

‘Muḥammad is niet de vader van één van jullie mannen. Maar hij is de Boodschapper van Allah en de zegel (de laatste) der profeten. Allah is Alwetend over alle dingen.’

Na het overlijden van de Profeet zijn er personages verschenen die beweerden profeet te zijn: de zogeheten valse profeten. De beruchte Musaylima al-kadhdhāb (“Musaylima de leugenaar”) behoorde tot hen.

  1. Onder de profeten heeft Muḥammad de meeste volgers.

De islamitische gemeenschap (umma) van profeet Muḥammad (vrede zij met hem) is de grootste onder de profeten.

Als gevolg van onder meer deze vier eigenschappen was onze Profeet het meest superieure onder de profeten.

DE VORMING VAN DE LAATSTE PROFEET MOHAMMED

Onze profeet Mohammed is de grootste en de laatste der profeten. De Islam, die profeet Mohammed (vrede zij met hem) heeft verkondigd, is de laatste religie.

De Koran die door Allah is gezonden, is een boek dat de hele mensheid aanroept. De Koran is het laatste boek van Allah. De poort tot het profeetschap is gesloten met de komst van profeet Mohammed (vrede zij met hem). Hij is de profeet van álle volkeren op aarde. Dit feit wordt in de Koran duidelijk vermeld.

Voorafgaande profeten waren alleen tot bepaalde gemeenschappen gezonden. Zij waren net kandelaren die de binnenkant van een huis verlichtten. Maar onze profeet, die aan de hele mensheid is gezonden, is als de zon die de hele wereld verlicht. Er is geen behoefte aan kandelaren nu de zon is opgekomen.